Alleen vandaag op het hele assortiment
02:14:33Bibliotheek
In vitro en in vivo: wat de termen betekenen
In het kort
In vitro betekent onderzoek buiten een levend organisme, bijvoorbeeld in een reageerbuis of op cellen in een schaaltje. In vivo betekent onderzoek in een levend organisme. De twee termen beschrijven waar een experiment plaatsvindt, en dat bepaalt hoe u de resultaten mag lezen.
Wat de woorden letterlijk betekenen
De termen komen uit het Latijn. In vitro betekent letterlijk in glas, een verwijzing naar de reageerbuizen en schaaltjes waarin dit soort onderzoek vroeger gebeurde. In vivo betekent in het levende. Dat verschil in plaats is niet toevallig, het bepaalt wat er precies wordt bestudeerd.
Bij in-vitro-onderzoek wordt een klein stukje van de biologie geïsoleerd, bijvoorbeeld een groep cellen of een enkel eiwit, en apart bestudeerd. Bij in-vivo-onderzoek kijken onderzoekers naar hetzelfde proces terwijl het ingebed zit in een compleet, functionerend organisme, met alle andere systemen eromheen.
Wat in vitro sterk maakt
In vitro geeft controle. Omdat onderzoekers maar een klein deel van de biologie bekijken, kunnen zij de omstandigheden nauwkeurig instellen: temperatuur, concentraties, welke stoffen wel en niet aanwezig zijn. Daardoor is een in-vitro-experiment goed herhaalbaar en makkelijker te interpreteren. Als er iets verandert, is vrij zeker dat het door de aangepaste factor komt.
Deze controle maakt in vitro ideaal voor de eerste stappen. Wil men weten of een molecuul zich aan een receptor bindt, of hoe snel een enzym een reactie uitvoert, dan is een celtest of buistest de logische plek om te beginnen. Het is sneller, goedkoper en gebruikt geen levende dieren.
Wat in vivo toevoegt
Een levend organisme is meer dan de som van zijn losse cellen. Er zijn bloedsomloop, afbraakprocessen, andere organen en talloze wisselwerkingen. Een stof die in een schaaltje mooi werkt, kan in een levend systeem anders uitpakken, omdat het lichaam de stof afbreekt, ergens anders naartoe stuurt of op onverwachte manieren reageert.
In vivo laat dus zien hoe een proces zich gedraagt in de volle context. Dat is waardevol, maar ook complexer. Er spelen zoveel factoren mee dat het moeilijker is om een effect aan een enkele oorzaak toe te schrijven. In-vivo-onderzoek in laboratoria valt bovendien onder strikte regels en toezicht.
Waarom de volgorde vrijwel altijd hetzelfde is
Onderzoek loopt meestal van in vitro naar in vivo. Eerst bouwt men in gecontroleerde buis- en celexperimenten een basisbegrip op: bindt het molecuul, wat doet het op celniveau, hoe stabiel is het. Pas als dat beeld klopt, overweegt men studies in een levend systeem, waar de complexiteit groter is.
Deze volgorde bespaart tijd en middelen en beperkt onnodig dieronderzoek. Het is ook logisch: eerst komen de eenvoudige vragen, daarna de moeilijke. Een resultaat dat in vitro al niet standhoudt, hoeft vaak niet verder onderzocht te worden.
Hoe u de termen goed leest
Als u in een onderzoeksbeschrijving in vitro leest, betekent dat: dit is waargenomen buiten een levend organisme, in een vereenvoudigde opstelling. Zulke resultaten zijn een aanwijzing, geen bewijs voor wat er in een heel organisme gebeurt. In vivo betekent dat het in een levend systeem is bekeken, met alle context erbij.
Beide typen zijn nodig en vullen elkaar aan. Het belangrijkste is dat u niet meer in een resultaat leest dan de opstelling toelaat. Een in-vitro-bevinding beschrijft precies dat: wat er in die buis of dat schaaltje is gebeurd.
Weetjes
- In vitro betekent letterlijk in glas, naar de reageerbuizen waarin dit onderzoek ontstond.
- In-vitro-experimenten zijn beter herhaalbaar omdat er maar een klein deel van de biologie wordt bekeken.
- Onderzoek loopt bijna altijd van in vitro naar in vivo, van eenvoudig en gecontroleerd naar complex.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen in vitro en in vivo?
Waarom begint onderzoek meestal in vitro?
Betekent een in-vitro-resultaat hetzelfde voor een heel organisme?
Wat betekenen de woorden letterlijk?
Bronnen
Uitsluitend voor laboratorium- en onderzoeksdoeleinden. Niet voor menselijke of dierlijke consumptie, diagnostiek of therapeutisch gebruik.