-25%
Alleen vandaag op het hele assortiment
02:14:33Bibliotheek
Woordenlijst
Heldere definities van de vaktermen rond onderzoekspeptiden, van reconstitutie tot HPLC.
- Agonist
- Een agonist is een molecuul dat aan een receptor bindt en deze activeert, waardoor een cellulaire respons op gang komt. In peptideonderzoek verwijst de term naar een stof die de werking van een natuurlijke boodschapper nabootst.
- Aminozuur
- Een aminozuur is een organische verbinding en bouwsteen van peptiden en eiwitten, met zowel een aminogroep als een carboxylgroep.
- Aminozuurvolgorde (sequentie)
- De aminozuurvolgorde of sequentie is de precieze volgorde waarin de aminozuren in een peptide of eiwit aan elkaar zijn geregen. Deze volgorde bepaalt de structuur en de eigenschappen van het molecuul.
- Angiogenese
- Angiogenese is de vorming van nieuwe bloedvaten uit reeds bestaande vaten. In laboratoriumonderzoek wordt dit proces bestudeerd om weefselherstel en celbiologie beter te begrijpen.
- Antagonist
- Een antagonist is een molecuul dat aan een receptor bindt zonder deze te activeren, en zo de werking van een agonist blokkeert of vermindert. De term beschrijft de rol van een stof in receptoronderzoek.
- Bacteriostatisch water
- Bacteriostatisch water is steriel water met een klein percentage benzylalcohol dat de groei van bacteriën remt en wordt gebruikt als oplosmiddel bij reconstitutie.
- Certificaat van analyse (CoA)
- Een certificaat van analyse is een document dat de identiteit en zuiverheid van een batch bevestigt op basis van analyses met HPLC en massaspectrometrie.
- Dubbelblind onderzoek
- In een dubbelblind onderzoek weten noch de deelnemers noch de onderzoekers wie de werkzame stof en wie de controlebehandeling krijgt. Deze opzet vermindert vertekening van de resultaten.
- GHRH-analoog
- Een GHRH-analoog is een synthetische variant van groeihormoon-releasing hormoon die aangrijpt op de GHRH-receptor.
- Halfwaardetijd
- De halfwaardetijd is de tijd waarin de helft van een stof uit een systeem is verdwenen of is afgebroken. In onderzoek geeft deze waarde aan hoe snel een peptide in een testomgeving afneemt.
- HPLC
- HPLC, oftewel high performance liquid chromatography, is een analytische techniek die de componenten van een mengsel scheidt en kwantificeert en gebruikt wordt om zuiverheid te bepalen.
- In vitro
- In vitro betekent letterlijk in glas en verwijst naar experimenten die buiten een levend organisme worden uitgevoerd, bijvoorbeeld in een reageerbuis of celkweek. De term staat tegenover in vivo.
- In vivo
- In vivo betekent letterlijk in het levende en verwijst naar onderzoek dat in een levend organisme plaatsvindt. De term staat tegenover in vitro, waarbij buiten het organisme wordt gewerkt.
- Incretine
- Incretinen zijn darmhormonen, zoals GLP-1 en GIP, die na een maaltijd worden afgegeven en betrokken zijn bij de regulatie van de bloedsuiker. De term wordt in onderzoek gebruikt om deze klasse van signaalmoleculen aan te duiden.
- Ligand
- Een ligand is een molecuul dat zich aan een receptor of ander doeleiwit bindt. In peptideonderzoek is het peptide vaak de ligand waarvan de binding met een bepaalde receptor wordt bestudeerd.
- Lyofilisatie
- Lyofilisatie, ofwel vriesdrogen, is een proces waarbij water onder vacuüm aan een bevroren product wordt onttrokken om een stabiel poeder te verkrijgen.
- Massaspectrometrie
- Massaspectrometrie is een analytische techniek die de massa-ladingsverhouding van moleculen meet om identiteit en molecuulgewicht te bevestigen.
- Neurotrofe factor
- Een neurotrofe factor is een eiwit dat de groei, het onderhoud en het voortbestaan van zenuwcellen ondersteunt. In onderzoek worden deze factoren bestudeerd binnen de neurobiologie.
- Peptide
- Een peptide is een keten van aminozuren die door peptidebindingen aan elkaar zijn gekoppeld en korter is dan een eiwit.
- Peptidebinding
- Een peptidebinding is de chemische verbinding die twee aminozuren aan elkaar koppelt en zo de keten van een peptide vormt. Deze binding ontstaat wanneer de carboxylgroep van het ene aminozuur reageert met de aminogroep van het andere.
- Placebogecontroleerd
- Placebogecontroleerd betekent dat in een onderzoek een groep een schijnbehandeling zonder werkzame stof krijgt, ter vergelijking met de groep die de werkelijke stof ontvangt. Zo kunnen onderzoekers echte effecten onderscheiden van toeval of verwachting.
- Preklinisch onderzoek
- Preklinisch onderzoek omvat de studies die plaatsvinden voordat een stof bij mensen wordt getest, meestal in celkweek en proefdiermodellen. Deze fase dient om werking en veiligheid binnen een laboratoriumkader te verkennen.
- Receptor
- Een receptor is een eiwit op of in een cel dat specifieke moleculen herkent en bindt, waarna een signaal in de cel wordt doorgegeven. Receptoren vormen het aangrijpingspunt waarop peptiden in laboratoriumonderzoek worden bestudeerd.
- Reconstitutie
- Reconstitutie is het proces waarbij een lyofilisaat (poeder) wordt opgelost in een vloeistof, zoals bacteriostatisch water, om een oplossing te vormen voor gebruik in het laboratorium.
- Secretagoog
- Een secretagoog is een stof die een cel of klier aanzet tot het afscheiden van een hormoon of andere stof. In onderzoek beschrijft de term bijvoorbeeld peptiden die de afgifte van groeihormoon stimuleren.
- Zuiverheid
- Zuiverheid is het percentage van de gewenste verbinding in een monster ten opzichte van onzuiverheden, vastgesteld met behulp van HPLC.